Aan het Openbaar Ministerie
College van procureurs-generaal
Parket-Generaal
Postbus 20305
2500 EH DEN HAAG
17-1-2010
L.S.,
Op 9-2-2009 stuurde ik u een brief,waarin ik u vertelde van veiligheidscontroles op de luchthaven Schiphol,waarbij aan reizigers zeer persoonlijke vragen worden gesteld,onder meer over hun inkomen,en waarbij passagiers die niet kunnen of willen antwoorden op dergelijke zeer persoonlijke vragen,worden aangemerkt als verdacht,apart genomen en als verdachte behandeld,en bovendien met spot,minachting en agressie worden bejegend.
Ik schreef dat deze methode,door de ANWB “ronduit schandalig” genoemd,naar mijn mening niet alleen onnodig,schadelijk en ongewenst is,maar mogelijk ook strafbaar.
Ik vertelde u van mijn correspondentie over de methode met de verantwoordelijken bij het Ministerie van Justitie,over hun mededeling dat deze methode zou worden gecontinueerd,en over hun weigering om mijn vragen te beantwoorden. Mijn vragen gingen onder meer over de registratie van passagiers die bij de controle als verdacht worden aangemerkt,en over mogelijke druk van buitenlandse overheden op het beleid (mogelijk wordt de methode gebruikt ter provocatie of uitlokking).
Voor verdere informatie zie a.u.b. de bewuste brief.
Op mijn brief van 9 februari 2009 ontving ik van u een antwoord op 2 juli 2009,eerst na een herinneringsbrief van mij d.d. 16 mei 2009.
In uw antwoord schrijft u dat er volgens u geen sprake is van strafbare feiten bij en door de bewuste methode.
Ik denk echter dat dit wel het geval is. Naar mijn mening is het selecteren en de verdachtmaking op grond van privacy,burgerlijke staat of inkomen strafbaar. De minachting,spot,agressie en intimidatie zijn mijns inziens niet alleen onnodig en gevaarlijk,maar een vorm van machtsmisbruik die eveneens strafbaar is.
U laat zich in uw brief niet uit over de mogelijke strafbare feiten gevormd door de weigering om te antwoorden op mijn vragen over de registratie,het volgen en dergelijke van verdachte passagiers,waardoor deze in angst leven.
Naar mijn mening hoeft geen enkele Nederlandse burger in angst te leven en is de weigering om uitsluitsel te geven strafbaar want in strijd met de Grondwet.
Ik schreef u dat ik een reeks vragen aan de voor de methode verantwoordelijken bij Justitie stelde:
Ik vroeg onder meer naar de herkomst en de oogmerken van de bewuste controle. De agressieve bejegening,intimidatie en bespotting van de passagier zouden erop kunnen duiden dat de methode uit het buitenland afkomstig is en dat beangstiging,provocatie of uitlokking mogelijke doelen zijn.
Naar mijn mening zijn dit strafbare feiten in Nederland.
Ook vroeg ik informatie over mogelijke druk of (pogingen tot) beïnvloeding door derden,zoals buitenlandse overheden,op of van de besluitvorming rond de veiligheidscontrole,mogelijk door middel van het aanbieden van geld,goederen of diensten.
Verder vroeg ik hoe bij de beleidsmakers wordt omgegaan met collega’s met een afwijkende mening of een meer gematigd oordeel,en of zij wel voor hun mening durven uitkomen. Indien immers passagiers op Schiphol,die het niet eens zijn met de gang van zaken,als verdachten worden beschouwd,zou ook bij het Justitiepersoneel de angst kunnen bestaan om zich uit te spreken,bijvoorbeeld over druk op het beleid,de agressieve ondervragingsmethode of over eventuele andere onregelmatigheden.
Ook vroeg ik om duidelijkheid betreffende de juridische kaders waarbinnen het controlerend personeel moet opereren,met name waar hun grenzen liggen.
Geen van deze vragen,noch een aantal andere vragen over mogelijke onregelmatigheden en strafbare feiten rond de controle werden echter beantwoord.
Men berichtte mij dat deze vragen “om veiligheidsredenen” niet kunnen worden beantwoord. Naar mijn mening wordt het veiligheidsargument misbruikt om geen antwoord te hoeven geven.
U schreef in uw reactie dat mijn veronderstellingen slechts suggestie zijn en door geen bewijs onderbouwd.
Ik vraag u hierbij hoe ik u bewijs kan geven als geen van mijn vragen worden beantwoord.
Omdat mijn verzoeken om inlichtingen stelselmatig worden geweigerd kan ik geen verder onderzoek doen. Het is daarom dat ik mij tot u heb gewend om nader onderzoek te doen.
Naar mijn mening is de weigering om mijn vragen te beantwoorden zeer alarmerend.
Ik vraag u hierbij opnieuw om uw medewerking. Ik vraag u niet om een uitspraak te doen over mogelijke strafbare feiten. Ik denk dat het voorbarig is om op grond van de inlichtingen die ik in mijn brief verstrekte,een uitspraak te doen. Omdat mijn verzoeken om inlichtingen worden geweigerd,verzoek ik u hierbij,net als in mijn brief van 9-2-2009,om nader onderzoek te doen over strafbare feiten tijdens de controle,het mogelijk strafbare feit gevormd door de weigering uitsluitsel te geven over registratie e.d. van verdachte passagiers,alsmede om onderzoek te doen naar mogelijke ongeoorloofde buitenlandse druk.
Omdat mij informatie hierover wordt geweigerd is het naar mijn mening uw taak om in deze kwestie nader onderzoek te doen,om te beginnen met het verkrijgen van antwoorden van het Ministerie van Justitie,en vervolgens te bezien of nader onderzoek nodig is.
Indien u meent dat het OM niet de juiste instantie is om deze kwesties nader te onderzoeken,bijvoorbeeld omdat het mogelijk de benodigde onpartijdigheid zou kunnen ontberen,verzoek ik u mij te berichten tot wie ik mij beter zou kunnen wenden.
Verder het volgende:U schrijft dat de Conventie van Genève niet van toepassing is op reizigers op Schiphol. Indien dit juist is,zouden deze reizigers,indien zij geen antwoord willen geven op (bepaalde) vragen,in tegenstelling tot zij die wel worden beschermd door de Conventie van Genève,slecht kunnen worden behandeld.
Ik meen dat hier sprake is van rechtsongelijkheid en vraag u hierbij hoe een betere rechtsbescherming van reizigers bewerkstelligd zou kunnen worden.
Verder vraag ik u een verklaring voor het feit dat ik geen antwoord kreeg op mijn brief van 9 februari 2009,voor het feit dat ik eerst antwoord kreeg na een herinneringsbrief d.d. 16 mei 2009,en voor het feit dat dit antwoord vervolgens tot 2 juli 2009 op zich liet wachten.
Bij voorbaat dank voor uw antwoord,
Hoogachtend,
