Na een probleemloos verlopen reis door Zuid-Amerika zou ik naar Curaçao terugvliegen vanuit Coro,Venezuela.
Ik had besloten om met mijn bagage van het hotel naar het vliegveld te lopen. Hoewel het nog vroeg was,was ik nogal bezweet toen ik op het vliegveld arriveerde. Ik ging naar de toiletten om me een beetje te fatsoeneren.

a canvas painted by Hugo Chavez when he was in prison after his failed 1992 coup attempt (photograph Reuters)
Mijn paspoort en bagage werden gecontroleerd en terwijl ik op mijn vlucht wachtte,ging ik nogmaals naar het toilet,ditmaal om te plassen. Ik werd hierbij gevolgd en in de gaten gehouden door iemand van de politie of douane. Ik zei er iets van maar kreeg geen reactie. Wel ging men nogmaals mijn bagage controleren,ditmaal zeer nauwgezet. Uit mijn toilettas haalde men een stukje groen plastic,met een elastiekje dichtgebonden. Ik herkende de ooit gebroken en door mij ingepakte antibioticumcapsule niet en dacht dat iemand het er in had gestopt om mij in de problemen te brengen. Ik zei dat het niet van mij was. Ik werd vervolgens als drugssmokkelaar behandeld,moest me ontkleden en hurken,en werd daarna naar het lokale politiebureau gebracht. Ik moest daar lang wachten en sprak wat met een politieman,die mijn bagage onderzocht en er een fles sterke drank uit stal. Enkele honderden dollars aan contanten waren me al op het vliegveld afgenomen.
De commissaris verscheen en ik vroeg hem wat ik daar deed. Ik kreeg geen antwoord. Na een tijd werd ik als een misdadiger,handen achter het hoofd,in een boevenwagen afgevoerd naar een gevangenis. Er werden vingerafdrukken gemaakt en door iemand van de recherche werd een flink bedrag aan contanten van me ontvreemd (“kadootje”,zei hij letterlijk).
Ik werd in een grote cel gestopt die ik deelde met ongeveer 12 anderen. Er was een douche en een toilet en slapen moest op de tegelvloer. Ik mocht niet telefoneren of op andere wijze contact met iemand opnemen. Na enkele dagen verscheen een advocate,die me aanried om te bekennen,waarna ik het land zou worden uitgezet. Omdat ik niets had misdaan,weigerde ik,waarop ze verdween. Na weer een tijdje verscheen een andere advocaat,die het op een andere manier wilde proberen. Tegen fikse vergoeding uiteraard,gelukkig had ik nog een aantal travellers cheques.
Van celgenoten hoorde ik dat er iemand in een andere cel zat die pas was gearresteerd omdat hij zijn zakenpartner zou hebben laten ombrengen. Ik zou door zijn secretaresse een bericht naar een familielid in Nederland kunnen laten faxen. Dit lukte en na enige tijd kwam de Nederlandse consul op bezoek. Ik vertelde mijn verhaal en de consul verklaarde dat hij geen invloed had op de rechtsgang. Het zou er van af hangen of mijn advocaat de juiste personen ervan zou kunnen overtuigen -eventueel met geld- dat ik zou moeten worden vrijgelaten. Ik vertelde de consul dat ik in hongerstaking wilde gaan maar hij adviseerde dit niet te doen.
Bij het luchten sprak ik soms even met gevangenen van zwaardere afdelingen. Sommigen van hen zaten al jarenlang gevangen zonder proces omdat ze geen geld hadden. Ik kreeg het advies om mijn advocaat pas te betalen als ik weer vrij zou zijn.
Gelukkig kwam ik na twee weken vrij. De reden: het bewijsmateriaal was “zoekgeraakt”. Voor de autoriteiten niet alleen de beste optie:geen gezichtsverlies,maar ook de meest lucratieve,want deel van het bewijsmateriaal waren de honderden dollars in contanten,die ik “met drugshandel zou hebben verdiend”.
Na mijn vrijlating vertelde ik aan de consul dat ik voor alles dat mij was aangedaan een rechtszaak wilde aanspannen tegen de schuldigen. Hij ried me dit af en zei dat het voor de Nederlandse overheid nu zaak was om me zo snel mogelijk het land uit te krijgen.
Terug in Nederland schreef ik het Ministerie van Buitenlandse Zaken een brief met het hele verhaal,en verzocht om aktie te ondernemen tegen de schuldigen.
In reactie kreeg ik van hen een rekening voor door de consul gemaakte kosten.
Na enkele weken kreeg ik het bericht dat men geen aktie zou ondernemen. Op mijn vraag waarom niet,antwoordde men dat men zich niet kan mengen in de rechtsgang van een ander land. Zelfs mijn verzoek om dan tenminste te protesteren tegen mijn behandeling,de diefstallen,het feit dat ik geen contact mocht opnemen enz.,werd geweigerd.
(Overigens werd onlangs in Iran iemand van Nederlandse nationaliteit die enkele kilo’s harddrugs zou hebben gesmokkeld,ter dood gebracht. Door Minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken werd hiertegen officiëel protest aangetekend. Men vraagt zich af waarom Buitenlandse Zaken zich in dit geval wél mengt in de rechtsgang van een ander land. Is het misschien omdat de Amerikaanse machtshebbers ruzie hebben met de Iraanse? Dat de Nederlandse overheid tegen de doodstraf zou zijn kan niet de reden zijn,naar ons weten is er immers nooit geprotesteerd tegen de talloze executies van gevangenen die o.a. in de V.S. plaatsvinden.)
